Het rijtuigtype GC, later GCI, was een serie houten spoorwegrijtuigen van de Belgische Staatsspoorwegen voor binnenlands verkeer. De rijtuigen werden van 1890 tot 1911 geleverd; een aantal bijbehorende bagagerijtuigen is tot in 1921 gebouwd. In totaal zijn door tal van Belgische treinfabrikanten 2876 rijtuigen afgeleverd aan de Chemins de fer de l'État Belge. Vanaf 1926 waren zij eigendom van de toen opgerichte Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). De laatste rijtuigen werden in 1961 uit de reguliere dienst genomen.

Geschiedenis

De rijtuigen behoren tot een type dat in het begin van deze eeuw, eerst uit verbouwing van bestaande rijtuigen en daarna als nieuwbouw met honderden aan de Etat Belge geleverd werd. De afkorting GCI verwijst naar twee kenmerken, namelijk "Grande Capacite" en "Intercommunicatie".

Op het einde van de vorige eeuw streefden de spoorwegmaatschappijen naar een grotere capaciteit van hun treinen zonder dat die langer werden (lengte van de perrons!). Men wilde meer reizigers vervoeren per rijtuig met minder eigen gewicht per rijtuig en per reiziger.

Men berekende zelfs het aantal reizigers per lopende meter trein. Dit resulteerde in rijtuigen met niet te veel beencomfort en met dwarse zitbanken met 6 plaatsen naast elkaar. Elk compartiment was slechts langs de twee zijwanden, dus van buiten, bereikbaar. De treinwachters moesten dus elk compartiment van buiten kunnen bereiken. Vandaar de doorlopende treeplanken en de horizontale leuningen die bij sommige museumrijtuigen nog te zien zijn. Er gebeurden heel wat ongevallen en er werd beslist van een middengang te creeren. Men offerde daarmee 2 zit-plaatsen per compartiment op. In de kopwanden werden kopdeuren gemaakt en loopbruggen naar het volgende rijtuig. De treinwachter kon nu binnen blijven, behalve om zich naar het volgend rijtuig te begeven.

Er was dus Intercommunicatie of Intercirculatie. Dit systeem werd bij de N.M.B.S. nog behouden tot in het begin van de dertiger jaren, cfr. de L- rijtuigen. Tevoren waren de vouwbalgen al ingevoerd bij de internationale rijtuigen en de bloktreinen.

De GCI's bleven bij de N.M.B.S. in dienst tot eind mei 1966 (In hetzelfde jaar werd op 20 december de laatste ''gewone'' reizigerstrein met stoomtractie gereden). Daarna werden ze nog in reserve gehouden, ook voor de behoeften van de strijdkrachten.

De vereniging beschikt over 2 inzetbare GCI-rijtuigen, deze zijn dan ook vaak te zien in de historische treinen die tijdens de zomer over lijn 52 rijden.

Technische gegevens

  • Asindeling: 3 assen
  • Spoorwijdte: 1435 mm (normaalspoor)
  • Massa: 19,5 ton
  • Lengte over buffers: 12,52 m
  • Zitplaatsen 1e klas: ± 60 (rijtuig 1e/2e klasse)
  • Zitplaatsen 2e klas: ± 80 (rijtuig 2e/3e klasse)